ÖNDER: ``IK GING KNIPPEN ONDER DE MOSKEE.``

Önder

Tja, hoe kan het ook anders…binnenlopen bij een kapper en je krijgt meteen haaradvies. “Je hebt wel dun haar hè? (tja, ik weet het) Misschien moet je eens laten testen of je een ijzertekort hebt. Het vrouwenlichaam heeft nogal veel te verduren. Wie weet helpt het.” Goed, we zijn begonnen!

Ik ontmoet Önder (44) in zijn kapsalon DUO, aan de Hatertseweg. Een tijd geleden zag ik deze zaak, met daarvoor vaak mannen met baarden of lang haar, en ik vond het nogal bijzonder dat ze precies tegenover een andere kapper zaten. Dat vonden ze vast niet prettig? Önder: “Nee, hoor. Hun pand is inmiddels verkocht, dus daar komen appartementen.”

Kapperszaak

Tijdens het interview komen zijn collega’s binnenlopen. Nu zijn het er nog twee, maar straks heeft hij drie collega-kappers in dienst. Volle bak dus! Önder: “De zaak loopt goed, we hebben genoeg klanten.” Ik zie altijd alleen maar mannen bij jullie in de zaak. Is het een kapperszaak, alleen voor mannen? Önder: “Nee hoor, we hebben aan de achterkant de ruimte waar we vrouwen knippen.” Hij neemt me mee om de hoek en daar staan inderdaad nog zes stoelen.

Önder: “We houden het lekker gescheiden. Mannen en vrouwen hebben toch vaak andere onderwerpen, dus iedereen vindt het prima om dit apart te laten. En soms willen vrouwen ook helemaal niet kletsen, dat voel ik wel aan. Helemaal oké om dan even lekker te ontspannen hier. Praten mag, maar moet niet.”

Van spelen in een volkswijk naar knippen onder de moskee

Önder is geboren en opgegroeid in Utrecht, in een echte volkswijk.

Önder: “Een hele fijne plek om op te groeien. We konden lekker op straat spelen en je hoorde overal volksmuziek. Ik voelde me daar heel erg thuis.” Vanaf zijn 13e tot zijn 19e jaar was hij aan het dwalen. School was geen succes en hij was geen gemakkelijke jongen. Önder: “Op mijn 19e besloot ik naar Nijmegen te verhuizen, het roer moest om. Ik ging werken bij Philips als operator – productiemedewerker. Ik werkte zes dagen achter elkaar en was daarna vier dagen vrij. Om me in die vier dagen ook nuttig te maken, ben ik met een kapsalon gestart, in een schuurtje in de Wolfskuil. Ik had de opleiding ‘uiterlijke verzorging’ gevolgd en mezelf daarna bijgeschoold in het kappersvak. Ook kreeg ik een mooie kans om mannen onder de moskee te gaan knippen. Door de leermeester daar heb ik het vak goed onder de knie gekregen. In 2000 waren er nog niet zoveel buitenlandse kappers, dus veel mannen maakten daar gebruik van.”

Een echte tata met buitenlandse roots

Waar liggen jouw roots eigenlijk? Önder: “Mijn vader is Turks en moslim en mijn moeder Slavisch en orthodox. We zijn niet heel gelovig opgevoed. Ik geloof zelf wel in één god, maar niet in een specifieke profeet, want het komt uiteindelijk op hetzelfde neer. We zijn allemaal mensen. Ik dank God wel elke dag voor alles wat ik heb en kan. Ik voel mij heel Nederlands, ondanks de achtergrond van mijn ouders. We hebben in dit land dezelfde waarden en normen en moeten het met dezelfde regels doen. Ik vraag me ook af waarom we zo moeten veramerikaniseren. Waarom moet iets ‘sale’ heten, terwijl het ook gewoon ‘opruiming’ kan zijn? Ik mis wel heel erg het volkse uit mijn jeugd van André Hazes en Willy Alberti. Ik luister graag naar deze muziek, naast heel veel andere muziek.”

En wat vind je van Hatert? Önder: “Het is echt mijn wijkje! Ik ken bijna iedereen, van junkie tot wie dan ook. Soms fietst er wel eens een jongere voorbij en dan roep ik ‘Wil je geknipt worden?’. Dat doe ik dan gratis. Weer iemand blij. Ik hou van dit land. Ik ben een echte tata.” (red: straattaal voor Nederlander).

Familie

Önder heeft drie kinderen: een zoon van 25, een zoon van 21 (die zelf ook een kapsalon heeft in Hatert) en een dochter van 21. In 2002 is zijn moeder overleden. Bij het lied ‘De Vlieger’ van André Hazes vond hij troost na het overlijden van zijn moeder. Önder: “Zij heeft altijd als schoonmaakster gewerkt. Mijn vader is in 1968 naar Enschede gekomen en in de textielfabriek gaan werken. Daarna zijn ze verhuisd naar Utrecht en is hij bij een staalfabriek terechtgekomen. Uiteindelijk heeft hij bij de HEMA gewerkt en is daar ook met pensioen gegaan. Doordat onze beide ouders altijd gewerkt hebben zijn mijn broers, zus en ik behoorlijk zelfstandig opgegroeid.”

“Zolang je ademhaalt: leef!”

Op dit moment is hij bezig om een eigen woonplek te zoeken. Vooralsnog slaapt hij bij een vriend in Lankforst. Daar wandelt hij elke dag naartoe vanaf de kapsalon. Önder: “Ik hou van wandelen, heerlijk even m’n koppie leegmaken. Of ik nog dromen heb? Nee hoor, niet nodig. In Nederland hebben we alle voorzieningen. Ik leef bij de dag. Het gaat goed met mijn kinderen en ik ben dankbaar voor de zaak. Mijn levensles is ‘Zolang je ademhaalt: leef!’”

Wil jij ook een keer op het bankje, of ken je iemand die op het bankje thuishoort? Stuur dan een e-mail naar: ophetbankjemet@gmail.com

Lees alle verhalen op www.ophetbankjemet.nl of via Facebook @ophetbankjemet

Wil je reageren op dit artikel? Stuur dan een mail naar ophetbankjemet@gmail.com.

Wessel: “Wat ik zeker ga missen is die heerlijke directheid.”

Mark: “Ik ervaar de negatieve verhalen niet.”

Stephan: “Zo hou ik de regie over mijn eigen leven.”